Seebatterij Heerenduin

52°27'16.9"N 4°34'14.0"E

52.454703, 4.570565

 

Ten zuiden van IJmuiden is het Nederlandse leger al vroeg begonnen met de bouw van een kustbatterij. Toen Nederland eenmaal gecapituleerd was is deze stelling dan ook snel overgenomen door de Duitse bezetter. In juni 1940 zijn ze begonnen de batterij te verbouwen en kreeg het de nieuwe, tijdelijke naam Südbatterie. Al snel bleek dat ook deze batterij niet meer aan de eisen voldeed. En is men op deze locatie begonnen met de bouw van een zware kustbatterij die zou luisteren naar de naam Batterie Prien. Vernoemd naar een Duitse onderzeeboot kapitein met een helde status. Günher Prien is in 1908 geboren en stapte in 1935 voor het eerst in een duikboot. Toen hij op 7 maart 1941 omkwam was hij onderscheiden met zowel het IJzerenkruis als het Ridderkruis.

Later in de oorlog zou de batterij nog eenmaal een naamsverwisseling ondergaan en deze naam draagt de batterij vandaag de dag nog steeds “Batterie Heerenduin” Vernoemd naar het gebied waar de batterij zich in bevond. In deze perioden is de batterij ook zwaar versterkt en werden de Open Beddingen waar het geschut voorheen instond vervangen door geschutbunkers van het type M272. De bewapening van deze bunkers bestond uit 4 stukken 17 cm SKL40 geschut en had een reikwijdte 19,5 km. Dit was dan ook het hoofdgeschut van de Batterij. Deze vier geschutbunkers van het type M272 (M = Marine) zijn de enige exemplaren in het Nederlandse deel van de Atlantikwall. De M272 die uit 760 kubieke meter bestaat. Bestaat voor een groot deel uit de ruimte waar het geschut stond. Onder deze ruimte bevond zich een kelder die werd gebruikt voor de opslag van reeds afgeschoten hulzen, een zogenoemde hulzenput. Aan de achterzijde van de bunker bevond zich een hal die liep naar de uitgang. Aan weerszijde van deze hal bevond zich een ruimte voor de opslag van een kleine hoeveelheid munitie. De hoofdvoorraad munitie lag opgeslagen in 3 bunkers die hier speciaal voor waren ontworpen en ook veelvuldig zijn terug te vinden langs de Nederlandse kust. Bestaande uit één FL246 en twee kleinere bunkers van het type 134. Voor het flankerende geschut werden er twee geschutbunkers gebouwd bestaande uit een 612 en een 681. Deze bunkers lagen langs het strand en konden zodoende ook het stand onder vuur nemen. Beide bunkers zijn gesloopt zoals bijna alle flankerende geschutbunkers langs de Nederlandse kust.

De vuurleiding in Batterie Heerenduin werd geregeld vanuit de vuurleidingspost van het type M178. Dit zeldzame type Leitstand is slechts viermaal in de gehele Atlantikwall gebouwd. En bestond uit een reusachtig hoeveelheid beton, ruim 2300 kubieke meter. Deze Leitstand die in de volksmond de “autobunker” word genoemd bestaat uit 3 etages. Op de onderste etage bevond zich de rekenkamer, Een ruimte waar apparatuur stond opgesteld en een ruimte voor de officieren. Deze ruimte was dan ook de grootste ruimte van de bunker en bevond zich onder het grondniveau. Op de tweede etage bevond zich de observatieruimte. En op de bovenste etage stond de afstandsmeter opgesteld. Deze imposante bunker bevond zich te midden van de vier geschutbunkers. En kon in geval van een vijandelijke dreiging de gemeten informatie via een bunkertelefoon doorspelen naar de geschutbunkers die vervolgens konden vuren.

 

[bron:http://www.bunkerinfo.nl/2010/05/seeziel-batterie-heerenduin.html

 



Schnellbootbunker

52°27'37.1"N 4°34'38.3"E

52.460295, 4.577311

Schnellbootbunker 2


Torpedobunker

52°27'15.5"N 4°34'42.3"E

52.454301, 4.578402

Torpedobunker